Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  de gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Belastingreglement tweede verblijven 2026 tot en met 2031 - vaststelling

Aanwezig: Hendrik Verkest, Raadslid
Lieven Huys, Burgemeester
Brecht Warnez, Ann Mesure, Tom Braet, Jens Danneels, Sandra Ketels, Greet Coens-De Roo, Yves Bracke, Schepenen
Linda Wyckstandt, Voorzitter Bijzonder Comité Sociale Dienst
Katrien Delodder, Hannes Gyselbrecht, Sandra Quintyn, Tom De Paepe, Gilles Verstraete, Stefaan Verhelle, Pieter-Jan Verhoye, Chris Hullebusch, Dirk De Meyere, Quinten Dedecker, Sandy Geirnaert, Mieke Van den Broeck, Jasna Vanoverschelde, Stephanie Dujardin, Michiel Van Robaeys, Jelle Rutsaert, Kjenta Willems, Raadsleden
Jurgen Mestdagh, Algemeen directeur
Aanleiding en voorgeschiedenis

Op 27 januari 2025 stelde de gemeenteraad het belastingreglement op tweede verblijven vast voor de periode van 2025 tot en met 2031.

Op 25 mei 2025 besloot de gemeenteraad tot verlenging van de interlokale vereniging Woondienst Regio Tielt en keurde daarbij het projectdossier IGS lokaal woonbeleid voor de periode 2026 – 2031 goed.

Binnen het projectdossier werkte de Woondienst een uniform voorstel uit voor dit belastingreglement, met startdatum op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

Feiten, context en argumentatie

De gemeente stelt vast dat er binnen haar grondgebied een aantal tweede verblijven aanwezig is. Deze woningen dienen niet als hoofdverblijf, maar zijn wel permanent beschikbaar voor hun eigenaars. Dit impliceert dat deze eigenaars, hoewel zij niet als vaste inwoners in de gemeente staan ingeschreven en geen gemeentelijke personenbelasting betalen, toch regelmatig en substantieel gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en diensten zoals wegen, afvalophaling, openbare veiligheid, water- en energievoorzieningen, en openbare ruimten.

Er bestaat hierdoor een structurele fiscale ongelijkheid tussen de permanente inwoners van de gemeente, die via de personenbelasting bijdragen aan het gemeentelijk budget, en de eigenaren van tweede verblijven, die dit niet doen. Dit verschil rechtvaardigt een specifieke gemeentelijke belasting op tweede verblijven om deze ongelijkheid gedeeltelijk te compenseren.

De situatie van tweede verblijven is immers wezenlijk anders. Zij vormen vaste onroerende goederen die gedurende het gehele jaar beschikbaar zijn en die een meer permanente impact hebben op het gemeentelijk patrimonium, de leefomgeving en de ruimtelijke ordening. Daarnaast zorgen zij voor een duurzame druk op gemeentelijke diensten en infrastructuur, niet te vergelijken met het incidentele bezoek van dagtoeristen of bezoekers. Deze langdurige en substantieel verschillende gebruiks- en impactsgraad vormt een geldige grond voor een fiscale differentiatie tussen tweede verblijven en andere categorieën belastingplichtigen.

Bovendien is het gemeentebestuur van oordeel dat de verschillende kenmerken van tweede verblijven – zoals hun ligging in verschillende bestemmingszones en het bebouwde oppervlak – een rechtvaardiging bieden voor een gedifferentieerd tarief. Deze differentiatie is niet arbitrair, maar sluit aan bij de concrete omstandigheden binnen de gemeente, de mate van belasting op de gemeentelijke voorzieningen en de ruimtelijke impact. Hiermee voldoet het bestuur aan het gelijkheidsbeginsel, door de proportionele afstemming van de belastingdruk op de specifieke situatie van elk tweede verblijf.

Deze belasting beoogt niet alleen een rechtvaardige verdeling van de lasten, maar draagt ook bij aan een bewust beheer van het lokaal patrimonium, met het oog op het vermijden van leegstand, het stimuleren van een kwalitatieve woonomgeving en het bevorderen van een duurzaam lokaal woonbeleid.

De keuze voor deze belasting sluit ook aan bij het bredere lokale beleid waarbij de gemeente inzet op het optimaal gebruik van haar woon- en verblijfsaanbod. Tweede verblijven blijven immers gedurende grote delen van het jaar ongebruikt, terwijl de nood aan betaalbare, permanent bewoonde huisvesting stijgt. Door een financiële prikkel in te bouwen wil de gemeente op termijn een bewuster gebruik van het woningpatrimonium stimuleren, zonder dit bezit op zich te ontmoedigen.

Tot slot zijn er de personenbelasting en de provinciebelasting, waarin alle reguliere woongelegenheden belast zijn op basis van hun permanente bewoning (domicilie). De belasting op tweede verblijven is daarvan duidelijk onderscheiden in doelgroep, finaliteit en tariefstructuur. Deze dubbele belasting vormt dus geen verboden cumul, maar is onderbouwd vanuit twee afzonderlijke beleidsdoelen. De financiële noodzaak van de maatregel vormt daarbij slechts een bijkomende motivering, niet als enige rechtvaardiging van het tariefonderscheid.

Op basis van bovenstaande argumentatie acht de gemeente deze belasting verenigbaar met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, zoals vereist door artikel 172 van de Grondwet en artikel 3 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen.

Het huidige belastingreglement voorziet in 4 categorieën van tweede verblijven, waarbij het belastingtarief van de eerste 2 categorieën gelijk is. Het voorstel van de woondienst brengt het aantal categorieën terug tot 3 met aangepaste tarieven. 

Huidig: 4 categorieën

Bedrag

Nieuw: 3 categorieën

Bedrag

Categorie 1:

zone voor verblijfsrecreatie, recreatief wonen of residentieel recreatief wonen

€ 400

Categorie 1:

Samenvoeging van categorie 1 en 2 uit het huidig reglement

€ 600

Categorie 2:

andere bestemmingszones met bebouwd grondopp. tem 80 m²

€ 400

Categorie 3:

 andere bestemmingszones met bebouwd grondopp. Groter dan 80 m² en kleiner dan 150 m²

€ 700

Categorie 2:

Idem cat 3 van het huidig belastingreglement

€ 850

Categorie 4:

andere bestemmingszones met bebouwd grondopp. vanaf 150 m²

€ 1.000

Categorie 3:

Idem cat 4 van het huidig belastingreglement

€ 1.250

Indexering van de tarieven

Neen

Indexering van de tarieven

Jaarlijks


De gemeenteraad kan de belasting op de tweede verblijven opnieuw vaststellen voor de periode 2026 tot en met 2031, mits opheffen van het belastingreglement op tweede verblijven zoals vastgesteld door de raad op 27 januari 2025 met ingang van 1 januari 2026.

Bevoegdheid en juridische grond
  • de Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4
  • de wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
  • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen
  • de Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be
  • het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd
  • het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad
  • het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 tot goedkeuring van de overeenkomst met statuten betreffende de verlenging van de interlokale vereniging “intergemeentelijke samenwerking Woondienst Regio Tielt”
  • het besluit van de gemeenteraad van 25 mei 2025 over de goedkeuring van het projectdossier IGS lokaal woonbeleid voor de periode 2026 – 2031 met meerjarenbegroting
  • het Belastingreglement tweede verblijven 2025 tot en met 2031, vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2025
Financiële gevolgen

Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

De te boeken ontvangsten zijn te voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Bijlagen

- het belastingreglement tweede verblijven voor de periode 2026-2031.

Publieke stemming
Aanwezig: Hendrik Verkest, Lieven Huys, Brecht Warnez, Ann Mesure, Tom Braet, Jens Danneels, Sandra Ketels, Greet Coens-De Roo, Yves Bracke, Linda Wyckstandt, Katrien Delodder, Hannes Gyselbrecht, Sandra Quintyn, Tom De Paepe, Gilles Verstraete, Stefaan Verhelle, Pieter-Jan Verhoye, Chris Hullebusch, Dirk De Meyere, Quinten Dedecker, Sandy Geirnaert, Mieke Van den Broeck, Jasna Vanoverschelde, Stephanie Dujardin, Michiel Van Robaeys, Jelle Rutsaert, Kjenta Willems, Jurgen Mestdagh
Voorstanders: Lieven Huys, Brecht Warnez, Ann Mesure, Tom Braet, Jens Danneels, Sandra Ketels, Greet Coens-De Roo, Yves Bracke, Hendrik Verkest, Linda Wyckstandt, Katrien Delodder, Sandra Quintyn, Stefaan Verhelle, Dirk De Meyere, Quinten Dedecker, Jasna Vanoverschelde, Michiel Van Robaeys, Jelle Rutsaert, Kjenta Willems
Tegenstanders: Hannes Gyselbrecht, Tom De Paepe, Gilles Verstraete, Pieter-Jan Verhoye, Chris Hullebusch, Sandy Geirnaert, Mieke Van den Broeck, Stephanie Dujardin
Resultaat: Met 19 stemmen voor, 8 stemmen tegen
Besluit

Artikel 1

De gemeenteraad heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op tweede verblijven. Het belastingreglement als bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

Artikel 2

Deze beslissing heft het belastingreglement op tweede verblijven 2025 tot 2031 op, zoals vastgesteld door de raad in zitting van 27 januari 2025, met ingang van 1 januari 2026.